Milieu en klimaat

Het klimaat is ernstig verstoord ten gevolge van de menselijke activiteit op aarde. Het ondergaat systematische wijzigingen die leiden tot een geleidelijke en veel te snelle verhoging van de gemiddelde temperatuur op aarde. Die geleidelijke opwarming leidt tot:

  • extreme weersverschijnselen in alle seizoenen overal ter wereld (bosbranden, zware stormen, extreme droogte, tsunami's, enz.)
  • versneld uitsterven van planten- en diersoorten
  • uitbreiding van de woestijngebieden
  • afsmelting van de ijskappen met stijging van het niveau van de oceanen
  • een algemene verslechtering van bodem-, lucht- en milieukwaliteit

Daardoor brengt deze opwarming een regelmatige voedselvoorziening in gevaar. Hoe langer hoe meer aardoppervlakte van deze planeet wordt de facto onbewoonbaar voor mens en dier. Al deze fenomenen zijn niet meer of niet minder dan een bedreiging voor het voortbestaan van de menselijke beschaving, met een groot risico op meer gewapende conflicten, geweld en miljoenen potentiële klimaatvluchtelingen.
Deze feiten zijn vandaag objectief waarneembaar en meetbaar en worden door wetenschappers toegeschreven aan de abnormaal stijgende concentraties van bepaalde gassen in de atmosfeer, waarvan koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en stikstofmonoxide (NO) de voornaamste boosdoeners zijn.
De klimaatverandering en de opwarming van de aarde worden vandaag vrijwel algemeen aanvaard. Nochtans dringt dit niet door tot de politici, die enkel symbolische akkoorden sluiten, die vaak worden herroepen of vooruitgeschoven, en niet overgaan tot broodnodige en dringende actie. Dat heeft de jeugd vandaag maar al te goed begrepen.

De overmaat van broeikasgassen in de atmosfeer is een gevolg van een te hoge uitstoot enerzijds, en een te geringe fixatie van die gassen anderzijds.

De grootste boosdoeners wat betreft de CO2 uitstoot zijn:

  • De transportsector (vliegtuigen, auto's en vrachtwagens, schepen, treinen …)
  • De industriële veeteelt en de vleesindustrie (ca 16% van de uitstoot, waaronder ook methaan)
  • Verwarming van huizen en gebouwen (door verbranding van fossiele brandstoffen)
  • Grote industrie die veel CO2 uitstoot (conventionele electriciteitscentrales, petroleumraffinaderijen, staalindustrie, chemie …)
  • Industriële productie van alle aard
  • Conventionele landbouwproductie

De industriële productie is het gevolg van het consumptiegedrag naar Westers model, waarbij de consument steeds meer producten verbruikt, en de industrie voldoet aan die stijgende vraag, die gestuurd wordt door marketingcampagnes.

Het gebrek aan fixatie van CO2 is toe te wijzen aan:

  • Ontbossing, kaalslag en verlies aan groene ruimte
  • De opwarming van de oceanen die hun CO2-absorberende capaciteit vermindert
  • Betonnering van het landschap door de aanleg van een overmaat aan wegen, gebouwen, installaties enz.

Bovendien worden de nefaste effecten van de klimaatverandering versterkt door een aantal gerelateerde fenomenen:

  • Gebrek aan beschutting en afscherming van de publieke ruimtes en bodems tijdens periodes van oververhitting en extreme zonnestraling
  • Verlies van absorptiecapaciteit van de bodem in periodes van overmatige regenval ten gevolge het feit dat een te groot gedeelte van de aardbodem met beton is bedekt

DierAnimal wil daarom dat er resolute en drastische stappen worden genomen om de klimaatverandering af te remmen.

DE 10 PUNTEN VOOR HET KLIMAAT VAN DIERANIMAL

  1. Afbouw van de industriële veehouderij voor alle soorten dieren. Afschaffing van de export en import van vlees en levende dieren.
  2. Drastische vermindering van de consumptie van vlees en andere producten van dierlijke oorsprong. Overgang naar een plantaardig eetpatroon.
    Reconversie van de veehouderij en de conventionele landbouw naar een lokale en regionale, duurzame, plantaardige, biologische landbouw met korte ketens.
  3. Stoppen met bomenkap. Onderhoud van het bomen- en bospatrimonium. Effectieve betonstop van de openbare ruimte. Massale herbebossing van open ruimtes met gediversifieerde bosbestanden om het koolstof fixerend areaal te vergroten.
  4. Onmiddellijke afbouw van alle directe en indirecte subsidies voor energieproductie uit fossiele energiebronnen. Ontwikkeling en investering in duurzame en hernieuwbare energieproductie om in 2040 tot 100% duurzame energie-opwekking te komen.
  5. Subsidiëring van fietsgebruik en ondersteuning van alle duurzame vormen van deelvervoer. Investeringen in beter functionerende en beter aangepaste vormen van openbaar vervoer. Verlaging van de prijzen voor trein-, tram- en busvervoer. Geen fiscale stimulering van bedrijfswagens.
  6. Versnelde afbouw van het wagenpark op fossiele brandstof ten voordele van lichtere, met waterstof of andere milieuvriendelijke technologieën aangedreven voertuigen. Electrische voertuigen met batterijen zijn niet duurzaam.
  7. Algemene invoering van de passiefnorm in de woningbouw en bedrijfsgebouwen. Verlaging van de uitstoot voor huisverwarming door isolatie, renovatie, toepassing van duurzame verwarmingstechnieken zoals warmtepompen. Zorgvuldige afweging en keuze tussen renovatie of afbraak van verouderd woningpatrimonium zonder historische of architectonische waarde ten voordele van energiezuinige nieuwbouw.
  8. Aanzetten van de burgers tot consuminderen, en duurzame consumptie. Ontwikkeling van de circulaire, lokale economie, meerbepaald op het vlak van reparatie en hergebruik. Stimulering van en investeringen in het onderzoek.
  9. Onmiddellijke afbouw van alle vormen van subsidie van de luchtvaart. Invoering van keroseentaks en BTW op vliegtuigtickets.
    Inkrimping van de intra-EU luchtvaart. Ontwikkeling van een performant en geïntegreerd spoorwegnet op Europees niveau.
  10. De vervuiler betaalt. Rechtvaardige verdeling van de klimaatinspanningen tussen alle verantwoordelijke actoren: multinationals, bedrijven, burgers.